Handelingen

Voor het milieu

Uit Vegan Wiki

Meer dan welke aktiviteit dan ook, heeft onze manier van eten effect op het milieu. Door plantaardig te eten lever je een sterke positieve bijdrage aan de verbetering van het milieu. De productie van zuivel en vlees legt een groot beslag op 's-werelds landbouwgrond en waterverbruik. Daarnaast draagt veeteelt direct bij aan het verlies van biodiversiteit en aan de uitstoot van allerlei schadelijke stoffen zoals broeikasgassen en mest.

Landgebruik

Voordat dieren hun producten kunnen leveren, moeten ze gevoed worden met plantaardige bronnen. Tijdens de omvorming van plantaardige eiwitten naar dierlijke eiwitten gaat veel verloren. De Universiteit van Wageningen berekende dat voor elke kilogram aan ruw eiwit in geconsumeerd rundvlees, het dier 25 kilogram ruw eiwit aan voer gegeten moet hebben. Voor varkens en kippen is dit respectievelijk 12 en 4 kilogram.[1] Deze inefficiënte wijze van productie van eiwitten legt extra beslag op het landgebruik. Op dit moment wordt ongeveer 23 procent van 's-werelds akkerland en 75 procent van het totaal aan landbouwgrond gebruikt om dieren te produceren.[2] Dit omvat zowel teelt van gewassen voor diervoeding, alsmede het gebruik van graslanden als weiland.

Wanneer we direct het graan en soja zouden eten in plaats van het eerst aan dieren te voeren, zouden we dus veel meer mensen kunnen voeden. Wereldwijd groeit de consumptie van vlees- en zuivel sneller dan de consumptie van granen. Als deze trend doorzet zal het aandeel landbouwgrond dat wordt gebruikt voor de productie van diervoeder blijven toenemen. Naar schatting worden dan in 2050 meer gewassen aan dieren gevoed dan aan mensen, met als gevolg uitbreiding van landbouwgrond en verdringing van natuurlijke bosgebieden.[3]

Waterverbruik

De productie van dieren vergt ook veel water. De wereldwijde schattingen geven aan dat voor de productie van een kilo rundvlees, varkensvlees of kip respectievelijk ongeveer negen, vier en drie keer zoveel water nodig is dan voor de productie van granen. Dit zijn echter gemiddelden en er zijn grote verschillen per productiesysteem. Met name de intensieve veehouderij heeft een grote druk op schaars oppervlakte- en grondwater. Bij een mondiale verschuiving in dieet naar meer plantaardige voedingsmiddelen kunnen aanzienlijke hoeveelheden water vrij komen voor andere doeleinden en kan het de vervuiling verminderen van met meststoffen vervuild afvalwater.[4]

Biodiversiteit

Met het stijgen van de vlees- en zuivelconsumptie door de mens stijgt ook de veestapel. De wereldwijde populatie kippen staat nu op bijna 22 miljard, meer dan driemaal de menselijke populatie. In droge biomassa gemeten, behoort vee tot de meest dominante diersoorten op aarde. Droge biomassa betekent het totale gewicht van al deze dieren minus het aandeel water. De totale droge massa van alle runderen was in 2010 meer dan 130 miljoen ton. Dat is aanzienlijk groter dan de totale menselijke droge biomassa van 100 miljoen ton.[4]

Als gevolg van de grote menselijke consumptie van rundvlees en melk, is het rund (meestal als koe) nu de meest dominante diersoort op aarde is. Onder bepaalde omstandigheden met goed beheerde begrazing, kan de veehouderij een belangrijke rol spelen bij het behoud en de verbetering van landbouwgrond. Echter, op het huidige niveau van de consumptie, heeft de enorme veestapel ingrijpende gevolgen voor de biodiversiteit.

Uit een rapport van Greenpeace uit 2009 blijkt dat de veesector in het Braziliaanse Amazonegebied (gesteund door de internationale rundvlees- en leerhandel) verantwoordelijk is voor ongeveer 80% van alle ontbossing in die regio, of ongeveer 14% van de wereldwijde totale jaarlijkse ontbossing [5]. Veeteelt is daarmee de belangrijkste oorzaak van ontbossing in de wereld. Verder betekent de verdwijning van bos ook de verdwijning van planten en dieren die van dat bos afhankelijk zijn voor voedsel of hun leefomgeving. Uit een schatting uit 2011 blijkt dat 30% van de door de mens veroorzaakte verlies aan biodiversiteit te wijten is aan veeteelt. Veeteelt draagt niet alleen bij aan ontbossing, maar ook aan overbegrazing en daarmee gepaardgaande degradatie van graslanden, en woestijnvorming.[6]

Soja

Sojabonen produceren aanzienlijk meer eiwit per hectare dan de meeste andere gewassen.[7] Ook is ontvet sojameel een belangrijke en goedkope bron van eiwitten voor diervoeders. Nederland is na China de grootste importeur van soja ter wereld. Vanuit Nederland wordt een groot deel van de Noordwest-Europese intensieve veehouderij (kippen, varkens, kalveren) van veevoer voorzien. De meeste soja -zo'n 90% van de Nederlandse invoer- wordt gebruikt voor veevoer.

Sinds de jaren '90 van de vorige eeuw breidt de teelt van sojabonen in Zuid-Amerika zich sterk uit. Dit brengt ernstige sociale en milieuproblemen met zich mee, zoals werkloosheid, verminderde voedselzekerheid, onteigening van land, aantasting van natuurreservaten, ontbossing, erosie en watervervuiling door landbouwchemicaliën.

Broeikasgassen

Broeikasgassen zijn gassen die door hun aardopwarmingsvermogen in de atmosfeer bijdragen aan het verhogen en in stand houden van de evenwichtstemperatuur van de Aarde. Veeteelt is wereldwijd de belangrijkste bron van de broeikasgassen methaan en lachgas. Lachgas komt voornamelijk vrij door het gebruik van mest en kunstmest die worden gebruikt in de productie van diervoeders. Methaan komt voornamelijk vrij door fermentatie in de maag van herkauwers zoals runderen, geiten en schapen. De stijgende vraag naar dierlijke producten vertaalt zich dan ook in een toenemende uitstoot van methaan en lachgas.

Doordat veeteelt een belangrijke oorzaak is van ontbossing is het daarmee ook nog eens verantwoordelijk voor de uitstoot van een ander belangrijk broeikasgas: kooldioxide (CO2). Als bomen groeien nemen ze namelijk CO2 op uit de lucht. Als de bomen worden verbrand of gekapt, komt deze CO2 weer grotendeels in de lucht terecht. Dit gebeurt dus wanneer bossen worden gekapt of platgebrand ten behoeve van de aanleg van nieuw gras- en akkerland voor de productue van veevoer.

De veehouderij is verantwoordelijk voor het grootste deel van van de wereldwijde broeikasgas emissies. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties is dit 18 procent[8] en volgens World Watch zelfs 51 procent.[9]

Rundvlees en zuivel zijn de meest uitstoot-intensieve dierlijke producten; deze zijn verantwoordelijk voor 65% van de totale uitstoot van broeikasgassen door de veeteeltsector.[10]

Vermesting

De uitstoot van mest veroorzaakt in grote gedeelten van Nederland milieuschade. De grootste problemen worden veroorzaakt door de 'overproductie' van mest. Dit is voornamelijk het geval in de intensieve veehouderij; hier worden zó veel dieren op een klein stukje grond gehouden, dat de bodem de hoeveelheid mest niet goed kan verwerken.

Vermesting (of: eutrofiëring) is de aanrijking van bodem, water en lucht met nutriënten waardoor ecologische processen en natuurlijke kringlopen verstoord worden. Met name stikstof (vooral in de vorm van ammoniak en stikstofoxides) en fosfaat afkomstig uit mest zijn hier voor verantwoordelijk. Ammoniak zorgt daarnaast voor verzuring. Hoewel ammoniak zelf basisch is, wordt deze stof door oxidatie in de lucht en in de bodem omgezet tot salpeterzuur. Deze verzuring is schadelijk voor bos- en natuurgebieden. Meer dan de helft van de verzuring in Nederland komt door de uitstoot van ammoniak. De ammoniak ontsnapt uit de stallen of komt in de lucht terecht na bemesting van het land (emissie). Via de lucht komt het ammoniak in de bodem of het water terecht (depositie). De huidige overmaat aan ammoniak in het milieu is voor 90 procent uit de landbouw afkomstig.

Vermesting van oppervlaktewater heeft de afgelopen tientallen jaren gezorgd voor uitbundige kroos- en algengroei. De algen ontnemen veel zuurstof aan het water, waardoor plant- en diersoorten verdwijnen. Als dit water uiteindelijk in de zeeën en oceanen terecht komt kan dit zogenoemde "dode zones" veroorzaken.

Mest zorgt daaarnaast natuurlijk voor stankoverlast.

Overbevissing en visteelt

Overbevissing is een probleem op de meeste wereldzeeën: ongeveer 80% van de wereldwijde commerciële vispopulaties worden volledig geëxploiteerd of overgeëxploiteerd met grote gevolgen voor de mariene biodiversiteit.[6] Een bekend voorbeeld van het ineenstorten van een marine ecosysteem vinden we in de wateren voor de kust van Newfoundland, de Grand Banks. Door jarenlange overbevissing is de kabeljauw hier zo goed als verdwenen. Commerciële visvangst is daar niet meer mogelijk. Het ecosysteem van de Grand Banks is zodanig veranderd dat het de kabeljauwpopulatie niet lukt zichzelf te herstellen.

Door teruglopende visvangsten, veroorzaakt door overbevissing, wordt de visteelt een steeds belangrijkere tak in de visserij. Visteelt is een vorm van aquacultuur, waarbij vissen op een commerciële manier worden gekweekt voor consumptie. De steeds grotere omvang van deze ondernemingen heeft grote ecologische gevolgen op de oceanen door middel van de vernietiging van habitats, het lozen van afvalwater, de introductie van exotische soorten, en verhoogde visvangst voor gebruik als diervoeder. Voor diervoeder wordt zowel gevangen vis als plantaardig voer, bijvoorbeeld sojameel gebruikt.

Landbouwdieren en huisdieren

Reduceren van het gebruik van dieren is dus goed voor het milieu. Veganisten gaan er doorgaans van uit dat het geen probleem is als er op termijn nergens ter wereld nog een landbouwdier of een huisdier gehouden wordt.

Bronnen

Andere nuttige links